Opinietekst Voorzitter De Natuurvrienden-Bergstijgers

In zomer van 2015 trok ik vol goesting naar Tanzania, meer bepaald naar de Mount Meru en de Kilimanjaro. Om nadien verder doorheen Tanzania te reizen met mijn vriendin.Jarenlang had ik deze bergtochten voorbereid. Ik las boeken over de dieren, bestudeerde kaarten en topo’s om zo mijn ideale route uit te stippelen. De Kilimanjaro beklimmen was een kinderdroom die werkelijkheid zou worden…eindelijk! Helaas het zou bij een kinderdroom blijven

Na de beklimming van Socialist Peak, het hoogste punt van de Mount Meru dat ik ter acclimatisatie klom, mailde ik het volgende naar mijn papa (die mij als kind zot gemaakt had van de Afrikaanse bergen).

Het ligt op mijn lever… Het is zwaar en niet leuk om vast te stellen. Ik krijg hier meer en meer het gevoel dat de mythe, het mooie, het schone, het unieke, het…, kort gezegd de Kilimanjaro niet meer is wat het geweest is. (18 juli 2016)

Wat bedoelde ik?
Ik had reeds een prachtweek op de berg achter de rug, maar langzaamaan begon er een naar gevoel in mij op te borrelen. Welk gevoel? Een gevoel dat ik moeilijk te beschrijven vond op dat moment.
Het kwam neer op het volgende: als Natuurvriend en Bergstijger was ik al jaren bezig met het volgen van cursussen, klimmen, les te geven, op reis te gaan en dit met bepaalde principes zoals duurzaamheid, veiligheid, respect voor mens en natuur, Berg Vrij! en Der Weg ist das Ziel. En die principes botsten nu brutaal met de werkelijkheid die ik daar op dat moment beleefde.

In 2015 bereikten we met het project Seven Summits een hoogtepunt binnen De Natuurvriendenbeweging. Tijdens dit mooi project creëerden we een checklist van 10 punten (Transport, kledij, slapen, afval, Voeding & Streekgerechten, water, respect voor cultuur, beklimming, team en zelf) om het verschil te maken.
We toetsten al onze projecten af en bekeken hoe duurzaam onze reis of uitstap was. Samen met Sanne, Pieter en mijn papa ontdekte ik in het kader van dit project de schoonheid van Svanetië in Georgië.  Ik kwam  er tot rust, genoot van elk moment en ervaarde dat ook slow travelling en bergtrekken heel plezant kan zijn. Het gaat niet altijd om die toppen. En ja, gemiddeld gezien vond ik die reis heel duurzaam en scoorden we hoog op de checklist.

In Tanzania, tijdens de beklimming van de Mount Meru,  werd bij iedere hoogtemeter mijn ambetante gevoel groter en groter. Er knaagde iets in mij. Het pad tot aan de eerste hut was ondertussen een weg geworden waar een 4 X 4 perfect kon rijden, met op bepaalde plaatsen zelf verharding. Van de eerste naar de tweede hut was er een beter pad dan de meeste huttenwegen in de Alpen. En op deze paden liepen personen die of niet getraind waren, of nog nooit wandelschoenen aan hun voeten hadden gehad of enkel hun water droegen en de rest lieten sleuren door dragers.  Later op de Kilimanjaro kwam ik zelfs een Thai tegen met 7 dragers, 1 kok en 1 gids !
Het ergste was nog het adembenemend zicht vanop de top: de horizon werd gedomineerd door de het indrukwekkende silhouet van het Kilimanjaro-massief, met op Kibo – dé Top of Africa - nauwelijks nog sneeuw... Duizenden mensen ondervinden hier problemen door. Er is namelijk alsmaar minder en minder smeltwater om hen te voeden, hun velden onder de vroeger zo vruchtbare flanken te irrigeren, …
En elke dag van mijn reis kwam er een wroeging bij. Zo kreeg ik flessen water van het merk ‘Kilimanjaro’ en na het lezen van de kleine letters bleek Coca Cola Company de rechten te bezitten op het merk ‘Kilimanjaro’.  Hoera voor de globalisatie …

Ik blijf gemotiveerd om mijn doel te bereiken. Maar het is niet mijn hoofddoel. … Ik leerde mijn gids de term ‘Berg Vrij!, kookte mijn eigen eten tussen alle koks. Droeg mijn eigen rugzak. (18 juli 2016)

Dit schreef ik ook naar papa toen ik beneden was na de Mount Meru. Een dag later vertrok ik voor de Kibo.

Voor de beklimming van de Kilimanjaro huurde ik ook weer geen dragers, maar enkel de verplichte (berg)gids. Ik koos de Umbweroute en gelukkig maar dat ik deze had gekozen. Anderhalve dag heb ik gewandeld zonder iemand tegen te komen. Sorry, ik ben verkeerd, ik kwam wel iemand tegen: een Duitser van  veel meer dan 100 kg,  op een draagberrie.  Hij was hoogteziek geworden op de eerste dag, maar had 3 dagen door gedaan en werd nu in kritieke toestand afgevoerd door zijn dragers.

Uiteindelijk stond ik een week later niet op de top van de Kilimanjaro. Een bewuste keuze.  Ik was nochtans goed voorbereid en super geacclimatiseerd na achtereenvolgens een week in de Alpen en een week op Mt. Meru…  Toch sputterde mijn lichaam tegen in het Barafu-kamp, het laatste kamp voor de slotklim naar Stella Point en Uhuru Peak : mijn geest kon dat lichaam niet meer dwingen verder te gaan…  De drive die ik voelde voor mijn vertrek naar Tanzania was weggesmolten als de sneeuw (sic), verdampt in de Afrikaanse zon.  Mijn rugzak woog nog altijd even zwaar, maar ’t was de last in mijn hoofd die doorwoog…  De confrontatie met het overgecommercialiseerde massatoerisme op deze Grote Vriendelijke Reus  verbrodde  mijn zin om door te gaan tot de top.  Ik had gewoon geen goesting om in de file te staan voor de topfoto.  De lang gekoesterde kinderdroom spatte uiteen.  Ik dankte mijn ‘gids’ voor zijn trouwe gezelschap, we dronken zelf gezette thee, we gingen naar beneden.  Op zoek naar de Afrikaanse ruimte, waarvoor ik zover gekomen was maar niet gevonden had op de plek van mijn dromen.

Het lijkt hier een lange klaagzang, maar als ik dan verhalen hoor van vrienden Bergstijgers dan hoor ik dat zij gelijkaardige problemen ondervinden: de zo geromantiseerde eenzaamheid in de bergen, de natuurverbondenheid van heel veel ‘alpinisten’ lijkt verloren te gaan.  Hutten worden drukke hotels, wandelpaden over-gemarkeerd en dus/want druk, op de top van vele bergen is het één groot selfie-gebeuren…Messner, Bonnington en J. Muir worden weggelachen als ouwerwetse dromers, toppen- en recordjagers als Ueli Steck zijn de nieuwe helden.

Ik wil gewoon dat we niet dezelfde commerciële weg uitgaan als sommigen nu doen in de klim- en wandelwereld.  Want dat is een dead-end (cf. Messner noemde het  ‘Eine Sackgasse…’): want de commerciële, competitieve trend in de bergsport doodt waar het finaal allemaal om begon.  Of tenminste: wat ik ervaar als de kern van het ‘berg-stijgen’.

We moeten stoppen met het nastreven van toppen, maar terug leren genieten van onderweg zijn.  De checklist (7Summits-project) kan ons helpen, om onze waarden te blijven toetsen en zo er voor te zorgen dat het hier op de wereldbol een aangename plek blijft om te wandelen en klimmen.

Sinds maart 2016 ben ik voorzitter van De Natuurvrienden-Bergstijgers, een prachtige, natuur-gebonden en natuur-vriendelijke klim- en wandelvereniging die 50 jaar gelden door wijlen Jan Flips, natuurvriend in hart-en-nieren, werd opgericht.  We zullen hem (en dat niet alleen in het verjaardags-jaar 2017), zijn daden en zijn woorden kracht bij zetten. En onze waarden en principes, zo mooi weergegeven is ons logo - de handjes van solidariteit en vriendschap, de bloemetjes (*) voor de natuur die we koesteren,  en de bergen, de biotoop waarin we ons zo goed voelen – verder blijven uitdragen.

Berg Vrij!
Lars Ilya Meulenbergs
Voorzitter De Natuurvrienden-Bergstijgers
12/11/2016

(*) De bloemetjes in ons embleem zijn rood, het rood van de alpenroosjes (Rhododendron Ferruginium), dus géén edelweisjes. Alpenroosjes zijn héél ‘gewone’ bloemen die op bescheiden hoogte in de Alpen weelderig groeien, ànders dan de edele edelweis, die zeldzamer is, dikwijls te vinden om meer onbereikbare plaatsen.  Ook geen toevallige keuze, dat populaire bloempje in ons embleem ;-)